menu
Hoe de haas een paashaas werd 

Een sprookje van Maya Muntz

Eens, heel, heel lang geleden leefden twee haasjes aan de rand van een mooi bos. Ze woonden dicht bij elkaar in twee kleine warme holletjes. Ze waren goede vrienden en speelden vaak samen, vooral 's nachts als de volle maan met zijn zilveren licht boven de weiden vóór het bos straalde. Daar renden en sprongen ze en maakten buitelingen totdat ze moe, maar gelukkig, ieder in zijn eigen holletje kropen.

Toch was niet alles altijd goed tussen hun beiden. En vooral niet als de een soms een lekker peentje of een koolblad in de nabije velden had gevonden en de ander juist niet. Nooit wilden ze het met elkaar delen. Dan vochten ze en vergaten hun vriendschap.

Totdat het op een kwade dag zo ver kwam, dat de een boos riep: "Ik wil niet meer dicht bij jou wonen, jij akelige baas! Ik ga aan het andere eind van het bos een holletje voor mij alleen maken!"

En de andere antwoordde: "Ga maar, ik heb je niet nodig, vechtbaas!" Toen ging de eerste weg en ze zagen elkaar de hele zomer niet meer.

Eigenlijk vonden ze het allebei naar, en dachten vaak aan hun gezellig leventje van vroeger. Maar geen van beiden wilde de eerste zijn die de ander een pootje in naam van de vrede zou reiken.

De herfst kwam en de bomen trokken hun gouden en purperen mantels aan, de sterren straalden nog helderder als de lucht koel en droog was, alles was zo mooi soms, maar toch niet altijd. Het kon ook vreselijk regenen en koud zijn.

Dan kropen de haasjes diep in hun holletjes en zo ging het nog wel, als er niet nog iets anders was, iets verschrikkelijks: de jacht! De jagers met hun honden kwamen dan, en wee de haas die ze ontdekten!

Op een regenachtige dag zat het ene haasje, dat niet verhuisd was in zijn warme holletje en keek naar buiten. En wie zag hij daar ineens voorbij hollen? Zijn vroegere vriendje.

Verbaasd, en ook een beetje blij riep hij: "Hé, vriend! waarheen loop je? Weet je niet dat de jacht vandaag begint en alle jagers met hun honden op stap zijn?" "Ik heb zin in een lekker worteltje", antwoordde de ander, "en ik ga er één uit het veld halen". "Maar ben je niet bang voor de honden?", vroeg de eerste, "Pas op, dat ze je niet zien". "Ah, jij lafaard, je durft het zelf niet en daarom gun je het ook mij niet!" riep de andere boos terug en liep weg.

Het eerste haasje schudde bezorgd zijn oortjes op en luisterde.
- Wat was dat? - Ja waarachtig, hij hoorde hondengeblaf, nog ver, maar juist uit de richting waarheen zijn vriend was weggesprongen. Gespannen keek het haasje naar die kant.

Het geblaf kwam dichterbij, - en daar zag hij al zijn vriend aankomen en in de verte kon hij ook de honden onderscheiden. "O mijn hemel!" dacht hij "Zal hij nog zijn holletje kunnen bereiken? - Maar wat loopt hij raar, wat is er met hem?"

Toen zag hij dat zijn vriend hinkte - hij had blijkbaar een poot bezeerd en kon haast niet lopen. "De honden zullen hem pakken", dacht het haasje, trillend van angst. "Wat moet ik doen? Hoe kan ik hem helpen? Mijn holletje is te klein voor ons beiden!"

Maar ineens wist hij het!
Vlug sprong hij naar buiten en riep: "Kom hier vriend! Gauw! Kruip in mijn hol! Ik zal in jouw plaats lopen en de honden weglokken. Ik heb sterke poten, ze pakken me niet!"

Hijgend kwam de ander aan en zuchtte: "Dank je. . . . ."
De eerste was al weg, want de honden naderden vlug. Hij rende wat hij kon en dacht: 'Ik moet naar het hol van mijn vriend - dat is mijn redding!"

Maar wat was dat rennen moeilijk! De grond was doorweekt door de regen en hij kwam niet erg vlug vooruit. De honden met hun sterke poten kwamen steeds dichter en dichter achter hem aan.

"Als er geen wonder gebeurt, ben ik verloren", kreunde het haasje, "Maar ik moest toch mijn vriend helpen - ik kon niet anders!"

En het wonder gebeurde -

De regen hield plotseling op en een prachtige regenboog verscheen over het veld waar het haasje liep. Onder de regenboog, voor de hemelpoort, die geopend was, stond een Engel en hij wenkte naar het haasje. "Kom, vriend, kom hierheen", sprak de Engel en in zijn angst sprong het haasje haastig door de opening. De engel sloot de poort en de honden renden voorbij zonder iets gezien te hebben.

Hijgend lag het haasje voor de Engel, die zachtjes over zijn bibberend lijfje streek. Toen was al de vermoeidheid ineens weg, het haasje ging op zijn achterpoten zitten en zei: "Dank u wel lieve Engel, U hebt mijn leven gered".

"Ja", sprak de Engel, "en jij hebt het leven van je vriend gered door je eigen leven te offeren. En omdat er geen grotere daad in de wereld bestaat zal je beloond worden. - Je mag iets wensen."

De haas werd erg verlegen, en zweeg een poosje -
Toen zei hij: "Ik durf het eigenlijk niet te vragen, maar ik wou zo graag iets doen voor Pasen, het grote feest van Christus - ik wou hem dienen."

"Dat zal gebeuren", sprak de Engel, "Je zal Paashaas zijn. Je mag ieder jaar vóór Pasen hier komen en eieren met de kleuren van de regenboog verven, voor alle mensen en kinderen die het paasfeest vieren. En alle hazen, kabouters en elfen en ook de kleine engelen zullen je helpen". En toen zag de haas dat in de hemel de regenboog geen regenboog was, maar een grote gouden schaal vol kleuren die daarin zweefden.

Toen alle gevaar geweken was opende de Engel de hemelpoort en de haas liep terug naar zijn holletje. Hij vertelde alles aan zijn vriend en deze gaf hem een pootje en zei:

"Je bent een held! Beste Paashaas! Ik ben trots om je vriend te zijn. - Zullen wij maar weer dicht bij elkaar gaan wonen?"

Dat deden zij. Ze kibbelden soms nog wel eens, maar ze vochten nooit meer en deelden alles met elkaar.

En dat is hoe de haas een Paashaas is geworden.

Zoek naar ideeën
 
Paastijd

Voor kinderen vanaf 7 jaar

Hermien IJzerman

Palmpasenweek | verhalen vertellen | Paastijd

Voor een lekker warm eitje, of (opgevuld) een knuffelkipje

Sophie van der Berg

Paastijd | handwerken

Met dit patroon en jouw kleur maak je een echt paashaasje.

Sarah Dijkstra

Paastijd

Piep-piep daar ben ik

Breien met 4 pennen

Anne de Vries

Paastijd

Om mee te spelen of voor de paastafel

Sarah Dijkstra

Paastijd | lente

Met een Keltische harteknoop

Regien Kos

Handwerken | Kersttijd | Paastijd | jaarfeesten algemeen

Om te hangen in een bloeiende tak

Regien Kos

Lente | Paastijd | handwerken

Tractatie voor school of op de paastafel

Uit 'Kom je ook op mijn feestje?'

Paastijd | koken en bakken

en je krijgt er lekkere warme handjes van.

Renée van der Velden-Stroo

Paastijd

Beweegspelletje voor de paastijd

Diny Kiers

Paastijd | knutselen | spelletjes

Versje voor de Paas- lentetijd

Rita Veenman

Paastijd | spreuken en versjes | lente

Brei een vierkant lapje en je hebt bijna een kip.

Anne de Vries

Paastijd | lente | handwerken

Een paasverhaal voor de allerkleinsten

Hetty Hijmans

Verhalen vertellen | spelletjes | Paastijd

Creëer je eigen wereld in een schoenendoos

Lente | Paastijd | knutselen

Stop je eitjes in je zelfgemaakte mandje

Julia Meijer

Handwerken | Paastijd

Een sprookje van de gebroeders Grimm

Verhalen vertellen | Palmpasenweek | winter | Paastijd

Met ui, koffie, bloemetjes en blaadjes

Renée van der Velden-Stroo

Paastijd

Lentetraktatie van gepofte rijst, chocolade, en marsepein

Lente | Paastijd | koken en bakken

'Wie krijgt het gouden ei?'

Rita Veenman

Lente | Paastijd | verhalen vertellen

Een oud zangspelletje

Paastijd | lente | spelletjes | muziek maken